vrijdag 22 oktober 2010

ZO VERSIERDEN ONZE VOORVADEREN...


In opdracht van het legendarische maar immer actieve BULKBOEK bezig met het hertalen van een weekbladfeuilleton uit 1729 van Jacob Campo Weyerman:
Den O P K O M S T en den V A L van een K O F F I H U Y S N I C H T J E.
Ik heb de oorspronkelijke tekst, voorzien van noten door professor André Hanou, en met digitale woordenboeken, liefde, toewijding en een vlotte pen is dat allemaal prima om te zetten in onze taal en krijg je een tijdloos levensverhaal van een boerenmeisje dat op het hoerenpad terechtkomt.

Het is klunen, maar leuk. En ik vergeet zeker niet te genieten. Neem deze zin nou, uit een brief waarmee een officier ons dan nog onschuldige maagdje tot de zijne wil maken, zonder met haar te trouwen:

"Doch zo ik uw Ziel mogt hebben gekneed tot Medelyden, en ghy uw Persoon gelieft te betrouwen tusschen myn verlangende Bouten, zonder den Artykelbrief des Huuwelyks, zult ghy my zo een beminnelyk en zo een eerlyk Officier bevinden te zyn, als ooit een jonge Maagd uytkipte om het eerste Bloeyssel van haar Zuyverheyt aan op te offeren."


En af en toe is er de verrassing, als de tijd stilstaat, en je een zin tegenkomt die we nog zo zouden kunnen opschrijven, waarvan zelfs de spelling niet is verouderd:
"Ik was ongerust als ik hem niet zag, en ik was niet gerust als ik hem zag,"
wat niet geldt voor het vervolg achter de komma:
"uytgezondert als hy my een hartelyke Kus, of een vriendelyke Neep gaf, tusschen Deur en Dorpel". (Tussen deur en drempel betekent heimelijk.)

Enfin, neem me niet kwalijk als ik er de komende tijd wat raar van ga praten en schrijven en u hoort het wel als het af is!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen